Een jaar in Nederland

De laatste dag van een jaar kijken veel mensen terug en maken ‘de balans’ op: wat was het voor een jaar? Waar ben je blij mee, wat wil je anders, wat hoop je achter je te kunnen laten, wat hoop je uit te kunnen bouwen, wat wens je je dierbaren toe? Mijn eigen balans is redelijk overzichtelijk: het is niet gelukt om regelmatig blogs te schrijven (…), maar ik heb wel een stevige basis voor mijn onderzoek gelegd, en ik heb er plezier in. Mijn ouders hebben het jaar opnieuw doorstaan, met ups en zeker ook downs, maar ze zijn er nog. Thuis wordt het steeds rustiger: één van mijn zoons heeft het nest verlaten, en een ander staat op het punt dat te doen; goed en leuk, de tijd is er rijp voor. Kortom, gebeurtenissen van een levensjaar met ‘gewone’ hoogte- en dieptepunten.

Hoe anders is dat voor veel van de gezinnen uit Syrië die meedoen aan mijn onderzoek. Door hun levens loopt de breuklijn van oorlog en de vestiging in een nieuw, onbekend land. Een deel van de gezinnen is hier inmiddels twee of drie jaar, een klein deel is pas kort geleden aangekomen. En enkele gezinnen hebben er net hun eerste jaar in Nederland opzitten. In het afgelopen jaar kwamen Syriërs vooral in het kader van gezinshereniging naar Nederland. Dat gold ook voor het gezin van Hasna, die in een dorp in de omgeving van Amersfoort woont. Hasna en haar gezin kwamen in de herfst van vorig jaar aan. Nu ruim een jaar later blikt zij terug.

Het verhaal van Hasna en haar gezin staat niet model voor het verhaal van andere gezinnen uit Syrië. De gezinnen die bij mijn onderzoek betrokken zijn, laten zien dat er weliswaar parallellen zijn, maar dat de verhalen ook sterk uiteen kunnen lopen. Waarin Hasna en haar gezin opvallen, zijn hun positieve instelling en de concrete stappen die zij al gezet hebben in de richting van een leven waarin zij onafhankelijk kunnen zijn van steun van de overheid en instanties.

Syrië

Hasna (38) kwam ruim een jaar geleden aan met haar dochters Lana (9), Judy (7) en Nora (3). Haar man Omar was ruim een jaar eerder aangekomen. Nadat hij een tijdelijke verblijfsvergunning had gekregen, kon hij gezinshereniging aanvragen. Het gezin komt uit een stad in het Oosten van Syrië. Hun stad kwam vanaf 2014 in handen van Daesh (Islamitische Staat), en was daarvoor al strijdtoneel van diverse concurrerende facties. Hasna en Omar halen vaak herinneringen op aan hun leven voor de oorlog, hun mooie stad aan de rivier de Eufraat, waar ze ’s zomers zoveel tijd doorbrachten. Hun leven was goed. Ze hadden zelfs drie huizen: één huis in de stad, en twee huizen daarbuiten, waar ze in vakantieperiodes tijd doorbrachten. Alle familie woonde er, en ze hadden veel vrienden. Toen de stad onveilig werd, zijn ze in een van hun andere huizen gaan wonen, en toen ze zich ook daar niet meer veilig voelden zijn ze naar Damascus gegaan. Dat bleek precies op tijd: vlak na hun vertrek werd de doorgaande weg afgesloten.

Begintijd

Toen Hasna met haar dochters aankwam op Schiphol, hadden Omar en zij elkaar ruim anderhalf jaar niet gezien. Nora was pas vier maanden oud toen Omar vanuit Damascus vertrok. Hasna heeft goede herinneringen aan de beginperiode in Nederland. De eerste drie dagen konden ze in een tijdelijk huis in hun nieuwe gemeente even op adem komen. Daarna ging zij met haar dochters door naar het aanmeldcentrum in Veenhuizen, en vervolgens naar een AZC, waar zij moesten blijven totdat er voor hen een woning beschikbaar was. Over haar eerste ervaringen in Nederland vertelt zij: “De eerste keer dat we naar buiten gingen, naar de winkels, de straat op, had ik het gevoel dat iedereen naar ons lachte. Ik had mijn meisjes bij me, en die hadden alle drie dezelfde kleren aan. De Nederlandse mensen op straat keken en lachten naar ons. Ze zeiden ‘hai’. Ik was heel blij en ik kwam tot rust.”

Ook het AZC is voor haar een positieve ervaring, ondanks het feit dat Omar daar niet bij hen mocht wonen, omdat hij in zijn tijdelijke huis in de nieuwe gemeente moest blijven. Hasna kreeg samen met haar dochters een eigen caravan. Zij herinnert zich de behulpzaamheid van de medewerkers van het COA, die haar hielpen bij alles wat zij nodig had, zoals een kinderwagen voor Nora. Zij vond het heel fijn om haar eigen plekje te hebben en zelf te kunnen koken. In het hoofdgebouw van het AZC deelden mensen de keuken en de badkamer, en dat gaf wel eens problemen.

Hasna omschrijft zichzelf als sociaal en flexibel: zij maakt gemakkelijk en overal vrienden. Zo had zij ook op het AZC al snel een groep vriendinnen, die ook kinderen hadden, en met wie ze naar de speeltuin en andere plekken ging. Oud en Nieuw heeft zij vorig jaar daar gevierd, op het AZC, met haar vriendinnen. Er was een feest georganiseerd en de kinderen kregen een cadeautje. Ze vond het geen probleem om bijna drie maanden in de caravan te wonen. Ze zegt: “Ook al waren we nog niet gesetteld, het was genoeg te weten dat mijn dochters en mijn man en ik bij elkaar zullen zijn; ik was heel blij”.

Nieuw thuis

In januari konden zij hun nieuwe huis betrekken, nadat Omar er eerst een paar weken flink in had gewerkt om het schoon, geschilderd en ingericht te krijgen. De eerste twee maanden in haar nieuwe woonplaats vond Hasna het moeilijkst: zij kende nog niemand en had nog geen fiets. Ze moest wachten voor ze kon starten met taallessen, want de groepen zaten vol. Omar deed in die eerste tijd bijna alles, zoals hun twee oudste dochters naar school brengen en weer halen. Lana en Judy gingen naar een basisschool met een taalklas: twee dagen per week zaten ze in de taalklas, en de rest van de week in een reguliere klas.

In maart 2017 veranderde Hasna’s leven: haar taallessen begonnen en zij kreeg een fiets. Maart noemt zij ‘de maand van de vriendschap’. Zij leerde op de taalles haar inmiddels beste vriendin Malika kennen, eveneens uit Syrië. Via Malika maakte zij kennis met andere Syrische vrouwen in het dorp. Inmiddels maakt zij deel uit van een hechte vriendinnengroep, die elkaar iedere zaterdag ziet, telkens bij een van de vrouwen thuis. De fiets is voor Hasna heel belangrijk: het heeft haar vrijheid gegeven. In weekends en vakanties gaat zij er vaak op uit met haar dochters, vriendinnen en hun kinderen; via een Whatsapp-groep houden zij en haar vriendinnen elkaar op de hoogte van leuke evenementen en spreken af om er samen heen te gaan.

Hasna omschrijft haar vriendinnengroep als een soort ‘nieuwe familie’. Ze mist haar ouders, broer en zussen; zij is de enige die in Nederland woont. Ze hebben met de familie een Whatsapp-groep, en iedere dag is er wel even contact. Ze spreken dan berichtjes in, en horen zo elkaars stem; dan lijkt het alsof zij dichtbij zijn. Eens per week heeft ze een videogesprek met haar ouders, die in Turkije zitten. Haar vader moet dan vaak huilen; hij mist zijn kinderen zo. Als Hasna zich verdrietig voelt, bijvoorbeeld omdat zij haar familie mist, gaat zij meestal naar Malika. Malika is als haar zus; ook in haar manier van doen lijkt zij op haar zus.

Haar twee oudste dochters pikken het Nederlands snel op. Ze hebben het naar hun zin op school. Vooral de taalklas vinden zij leuk. Daar zitten andere kinderen uit Syrië. In de gewone klas vinden zij het moeilijker om vrienden te maken. Zij kunnen zich nog niet helemaal goed uiten in het Nederlands, en sommige Nederlandse kinderen negeren hen. Nora gaat sinds kort naar een peuterspeelzaal. Hasna hoopt dat zij zo wat Nederlands leert, voor zij naar de basisschool zal gaan.

2018

Wat aan Hasna knaagt is dat zij zichzelf verwijt niet genoeg te studeren: haar vorderingen met de Nederlandse taal gaan minder snel dan ze zou willen. Zij ziet haar toekomst in Nederland, en ze wil hier een leven opbouwen. Het belangrijkste is dat haar dochters hier veilig zijn en toekomstmogelijkheden hebben, maar zij heeft ook voor zichzelf idealen die ze – in elk geval deels – hoopt te verwezenlijken. In Syrië heeft zij altijd gewerkt, ook nadat zij was getrouwd en moeder werd. In Nederland hoopt zij ook ooit te kunnen werken. Ze vindt dat zij meer met Nederlanders op zou moeten trekken, maar op dit moment doet de warmte van haar Syrische vriendinnengroep haar zoveel goed. Kort geleden heeft zij een Nederlands taalmaatje gekregen. Zij hoopt dat 2018 haar verder brengt in het leren van de Nederlandse taal.

Hoewel zij in Syrië een goed leven hadden, en het hen aan niets ontbrak, zijn zowel Hasna als Omar heel tevreden in hun sociale huurwoning en met hun relatief lage inkomen. Waar het om gaat is dat zij hier veilig zijn en dat de meisjes naar school kunnen gaan. Wel hopen zij dat Omar in 2018 werk zal vinden, en die kans is groot. Omar heeft een goede opleiding en heeft in het afgelopen jaar mee mogen doen aan een cursus voor software development. Daarmee heeft hij heel goede kansen op werk. Er zijn al mogelijkheden geweest, maar eerst moet hij zorgen dat hij ook op tijd aan de inburgeringseisen voldoet; anders krijgt hij een hoge boete. Binnenkort hoopt hij te slagen voor het staatsexamen B1 en zich dan helemaal te kunnen richten op het vinden van werk.

Wanneer Omar werk zou vinden in een andere hoek van het land, zou Hasna daarvoor willen verhuizen. Na wat zij in Syrië hebben doorstaan en tijdens de periode dat ze van elkaar gescheiden waren, is voor haar het belangrijkste om nu dichtbij elkaar te zijn. Een eventuele verhuizing zou voor haar een logische stap zijn, die hoort bij het opbouwen van hun nieuwe leven. Haar vriendinnen zou ze enorm missen, maar ze kent zichzelf: ook op een nieuwe woonplek zou zij opnieuw vriendschappen op kunnen bouwen. Zij kijkt met vertrouwen uit naar een nieuw jaar in Nederland.

Hier ruik ik de geur van mijn land

Syrische vluchtelingen in Jordanië wonen overwegend in Jordaanse steden, zoals de Syriërs die ik in Amman en Irbid sprak. Twintig procent leeft echter in een vluchtelingenkamp, waarvan een groot deel in Zaatari. Zaatari is het grootste vluchtelingenkamp in het Midden-Oosten en het op één na grootste vluchtelingenkamp ter wereld. Het ligt in droog woestijnlandschap in het noorden van Jordanië, vlakbij de stad Mafraq en op 6 kilometer van de grens met Syrië. Er wonen 80.000 mensen; iedere dag worden er 80 baby’s geboren.

Deze blog is gebaseerd op gesprekken met een hulpverlener in Zaatari, Syriërs die er gewoond hebben, en op artikelen uit Jordaanse media en een reportageserie van Sky News Arabia. Ik heb Zaatari niet zelf bezocht; het lukte niet om op tijd – voor mijn vertrek – toestemming van de veiligheidsdiensten te krijgen.

Het begin

Zaatari is in 2012 door de Jordaanse regering en de UNHCR opgericht, en al snel na de start werden de eerste hulporganisaties actief in het kamp; inmiddels zijn dat er 47. Hayat is een jonge Jordaanse sociaal werkster, die tot de eerste hulpverleners hoort en alle fases van Zaatari heeft meegemaakt. Zij vertelt dat Zaatari in het begin een ‘lange straat met tenten’ was. Er waren provisorische openbare toiletten en douches; eten en water werd van buiten naar het kamp gebracht. Het water werd in grote flessen gebracht, die bevroren waren bij aankomst, zodat het een tijdje koel bleef. De warme maaltijden moesten meteen gegeten worden, omdat er geen koelkasten waren om het te bewaren en geen keuken om het op te warmen. Vooral tijdens de vastenmaand Ramadan was dit zwaar, omdat het eten eerder werd gebracht dan het moment van het verbreken van de vasten.

Na enkele maanden kwam er een grote gedeelde keuken. Hulporganisaties deelden per gezin voorraadpotten en basisartikelen uit, zoals rijst, bulghur, kikkererwten, olie, zout, suiker, blikvoedsel. Doordat er meer organisaties bij het kamp betrokken raakten en de coördinatie verbeterde, kon er een infrastructuur opgezet worden en kwam er geleidelijk aan meer privacy. Mensen kregen bij hun tent een eigen toiletcabine met afvoer, zodat zij niet meer afhankelijk waren van de publieke toiletten.

Opbouw van een nieuwe stad

Na twee jaar kwamen de eerste containerwoningen in het kamp. Donoren uit verschillende landen droegen daaraan bij: in ruil voor hun tent, kreeg ieder gezin een containerwoning. Een gezin van zes personen heeft recht op één tent of containerwoning; een gezin van zeven tot twaalf personen krijgt er dus twee.

Inmiddels zijn alle tenten verdwenen en worden nieuwe containerwoningen standaard geleverd met keuken, toilet en badkamer. De gemeenschappelijke douches en keukens zijn niet meer nodig. Iedere familie die nieuw binnenkomt in Zaatari, krijgt een eigen nieuwe containerwoning, die zij mogen houden. Wanneer het gezin na de oorlog terug wil naar Syrië, dan mag de containerwoning mee als (voorlopige) huisvesting.

Een deel van de bevolking van Zaatari is erin geslaagd om in het kamp te werken. Er zijn winkels, restaurants, koffiebars opgezet door inwoners. Anderen bieden hun diensten aan als kleermaker, technicus, fietsenmaker, schoenmaker. Vrijwel alles is te krijgen: van shoarma en pizza’s tot bruidskleding. De hulporganisaties hebben ook mensen uit Zaatari in dienst, zij het onder het label van vrijwilliger. Omdat Syriërs niet (in overheidsdienst en voor organisaties) mogen werken in Jordanië, kunnen zij niet formeel in dienst worden genomen. Als vrijwilliger krijgen zij aan het eind van de maand echter wel een tegemoetkoming. Het bedrag daarvan verschilt per organisatie, en ligt ongeveer tussen 250 en 320 euro. Bij de organisatie waar Hayat werkt, werken alleen al zo’n 150 vrijwilligers.

Ook al werken er Syriërs bij de hulporganisaties en in door hen zelf opgezette bedrijfjes, een aanzienlijk aantal bewoners van Zaatari heeft geen werk, en is volledig afhankelijk van hulp. Hayat ziet dit als belangrijkste uitdaging voor Zaatari. Zonder extra inkomsten is het heel moeilijk om rond te komen. Bovendien zorgt werk voor afleiding, waardoor mensen niet steeds bezig zijn met alles wat zij hebben meegemaakt en achtergelaten.

Opgroeien in Zaatari

Kinderen in Zaatari gaan tegenwoordig allemaal naar school. Hayat vertelt dat er in het begin ouders waren die hun kinderen thuis hielden, omdat zij dachten dat het Jordaanse onderwijs in Syrië niet geldig zou zijn, of omdat zij niet wilden dat hun kind in een lagere klas zou starten dan de klas waarin het kind in Syrië had gezeten. Volgens Hayat is dat soms nodig, omdat de onderwijssystemen in Syrië en Jordanië verschillen. Ouders begrijpen nu dat het nog lang kan duren voor zij terug kunnen naar Syrië, en dat het belangrijk is dat hun kinderen intussen verder leren; dan kunnen zij straks bijdragen aan de wederopbouw van Syrië en een nieuw leven opbouwen.

Een kleine groep jongeren in Zaatari krijgt na hun eindexamen een beurs om aan de Jordaanse universiteit te studeren; ook is er een kleine groep die een studiebeurs ontvangt van internationale organisaties, om in het buitenland te studeren. Het grootste deel van de jongeren in Zaatari heeft echter minder geluk en heeft niet de mogelijkheid om te studeren.

In een reportage van Sky News Arabia, komt Umaima aan het woord, een 13-jarig meisje uit Zaatari. Zij vraagt aandacht voor het grote risico dat jonge meisjes lopen, door te moeten trouwen op jonge leeftijd. Umaima is zich hiervoor in gaan zetten, nadat een vriendinnetje op 13-jarige leeftijd ging trouwen. In Zaatari trouwen sommige meisjes zelfs op nog jongere leeftijd. Umaima wil meisjes en hun ouders hiervoor waarschuwen. Om weerbaar te worden, een goed leven te kunnen leiden, en om na de oorlog een bijdrage te kunnen leveren aan de wederopbouw van Syrië, is het van groot belang dat meisjes goed opgeleid zijn. Bovendien zijn er grote gezondheidsrisico’s voor meisjes als ze zo jong trouwen: lichamelijk en geestelijk zijn zij nog niet klaar voor een huwelijk en het krijgen van kinderen; er kunnen allerlei complicaties optreden.

Umaima vertelt dat jonge meisjes het zelf nog niet goed kunnen begrijpen. Zij benaderen het soms als spel en denken dat het leuk is; zij verheugen zich op een mooie jurk en mooi haar. Maar zij weten niet wat er echt gaat gebeuren. Umaima voert onder andere actie via Facebook, en spreekt in het kamp regelmatig voor groepen ouders en kinderen. Inmiddels geniet zij zoveel naamsbekendheid dat ook hulporganisaties en buitenlandse onderzoekers geïnteresseerd zijn in haar verhaal.

Wachten op de toekomst

Vluchtelingenkampen die lang bestaan, zoals de talrijke Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon, Jordanië en Syrië, kunnen op den duur nieuwe steden worden of opgaan in bestaande steden. De huisvesting krijgt meer permanente trekken en mensen bouwen een nieuw bestaan op in het kamp. Het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk in Damascus, week – voor de oorlog – niet bijzonder af van andere volkswijken in Damascus. Ook Zaatari lijkt steeds meer het karakter van een stad te krijgen, al hopen veel inwoners erop dat het een tijdelijke stad is.

Hulpverleenster Hayat denkt dat het leven in Zaatari, zoals het nu is, voor Syriërs beter is dan buiten Zaatari. Syriërs buiten het kamp krijgen minder hulp en hebben hogere uitgaven. Buiten het kamp moeten zij huur betalen voor een woning en betalen zij voor voorzieningen. In Zaatari zijn alle voorzieningen gratis, zoals gezondheidszorg en onderwijs, en geven mensen niets uit aan huisvesting; ook is er gratis stroom, hoewel alleen tussen 16.00 en 2.00 uur. Voor Syriërs buiten de kampen is het meestal heel moeilijk om rond te komen, vooral sinds de vermindering van voedselhulp door de VN in 2015, vanwege geldtekorten.

In de reportage waarin Umaima aan het woord komt, komt ook een kunstenaar uit Zaatari aan het woord. Hij ziet het als taak van kunstenaars om zoveel mogelijk herinneringen aan Syrië te tekenen, te schilderen, of na te bouwen. Op die manier worden de herinneringen bewaard. Door dat zo gedetailleerd mogelijk te doen, kan het helpen om Syrië na de oorlog opnieuw op te bouwen, zoveel mogelijk zoals het was. In zijn atelier staan schilderijen en beelden van plaatsen in Syrië, van typerende gebruiksvoorwerpen en rituelen, en er staan maquettes van de citadel van Aleppo en van Palmyra.

De kunstenaar bevestigt het beeld van Hayat dat het leven in het kamp financieel gemakkelijker is dan erbuiten, omdat je buiten het kamp niet mag werken. Tegelijk ervaart hij het kamp als gevangenis. Om eruit te kunnen moet hij minimaal een dag van tevoren een vergunning aanvragen. Daarom blijft hij liever in het kamp; hij heeft geen zin in de wachtrijen bij het kantoor van de veiligheidsdienst.

Verder migreren naar Europa is voor hem geen optie. Hij blijft in Zaatari, dichtbij Syrië, want ‘hier ruik ik de geur van mijn land’. Wel voorziet hij dat het nog lang kan duren, en daarom zou hij willen dat er in het kamp geïnvesteerd wordt. Wat hij het liefst zou willen is bomen in Zaatari. Hij mist het groen uit Syrië.

________________________________________________

Deze blog is geschreven na terugkomst uit Jordanië

Foto: ©Foreign and Commonwealth Office; Flickr

Gastvrijheid onder druk

Niet alleen Syriërs lijden onder de consequenties van hun gedwongen verblijf in Jordanië. Hun aanwezigheid trekt ook een zware wissel op de Jordaanse samenleving en zet relaties tussen Jordaniërs en Syriërs onder druk.

Jordanië heeft altijd vluchtelingengroepen opgevangen, en die maken een aanzienlijk deel uit van de bevolking. Door de komst van de vele Syriërs is de bevolking in de afgelopen zes jaar met 3 miljoen gegroeid tot een inwonertal van ruim 9 miljoen. Bijna een derde daarvan is vluchteling. Palestijnen met het Jordaanse staatsburgerschap zijn daarin niet meegerekend. Als je hen mee zou rekenen dan zou de bevolking van Jordanië voor veruit het grootste deel uit vluchtelingen bestaan. In de periode tussen 1991 en 2003 zijn door de Golfoorlogen veel Iraki naar Jordanië gekomen. Naast hen is er een aanzienlijke groep Egyptenaren, en zijn er kleinere groepen, uit onder andere Jemen en Libië. Veruit de grootste groep niet-Jordaniërs zijn echter de Syriërs die vanaf het begin van de oorlog in 2011, naar Jordanië zijn gekomen. Het officiële aantal Syriërs dat bij de UNHCR (United Nations High Commissioner for Refugees) is geregistreerd is ruim 655.000, maar het reële aantal wordt geschat op 1,4 miljoen. Ongeveer de helft van de Syriërs is niet geregistreerd om uiteenlopende redenen, zoals angst dat verlies van anonimiteit tot onveiligheid leidt, of vanwege het ontbreken van persoonsbewijzen.

Voor het perspectief: in Nederland zijn er zo’n 64.000 Syriërs op een inwonertal van 17 miljoen.

Buren

Ruim de helft van de Syriërs in Jordanië komt uit Dar‘aa en omgeving, vlakbij de grens. Er is altijd veel uitwisseling geweest tussen het noorden van Jordanië en het zuiden van Syrië. Er werd handel gedreven en er vonden huwelijken plaats tussen Jordaniërs en Syriërs. Doordat de grenzen in het Midden-Oosten na de Eerste Wereldoorlog kunstmatig zijn vastgesteld door Engeland en Frankrijk, kon het gebeuren dat een deel van de familie in Syrië woonde en een ander deel in Jordanië. Aanvankelijk vond de opvang van Syriërs dan ook met grote vanzelfsprekendheid plaats, en boden Jordaniërs hen zelfs onderdak in hun eigen huizen.

Een bezoek aan Irbid maakt duidelijk dat de oorlog in Syrië veel druk legt op buurland Jordanië. Irbid ligt op 20 kilometer van de Syrische grens en zo’n 20% van de bevolking is Syrisch vluchteling. Op het kantoor van een lokale organisatie die zich inzet voor kwetsbare gezinnen, heb ik een gesprek met drie vrijwilligers: de Jordaanse Samira, en Rama en Shireen uit Syrië. Samira is begin twintig, Rama en Shireen een paar jaar ouder.

In eerste instantie benadrukken alle drie dat er geen sociale problemen zijn tussen Jordaniërs en Syriërs. De organisatie zet bewust in op programma’s voor zowel Syrische als Jordaanse ouders en kinderen. Er zijn veel overeenkomsten tussen de Syrische en de Jordaanse doelgroep van de organisatie: we zijn één familie, zegt Rama. De overeenkomsten in taal, cultuur en leefomgeving, maken Jordanië voor Syriërs een prettig land om te verblijven. Maar er zijn weldegelijk problemen, en die zetten de goede relatie tussen Jordaniërs en Syriërs onder druk.

Concurrentie

In eerdere blogs kwam al naar voren dat Syriërs in Jordanië beperkte mogelijkheden hebben om te werken en in hun levensonderhoud te voorzien. Maar ook Jordaniërs hebben te maken met economische problemen. De werkloosheid is groot, vooral onder jongeren. Syriërs worden vaak gezien als concurrenten op de arbeidsmarkt, omdat zij goedkoper zijn en bereid zijn meer uren te werken. Daarnaast zijn zij ook concurrenten op de huizenmarkt. Huren van woningen zijn fors gestegen sinds de Syrische burgeroorlog. Om geld te besparen delen veel Syriërs woningen of wonen zij veel te klein.

Rama en Shireen vertellen dat sommige huisbazen daarom Syrische huurders verbieden om gasten te ontvangen, of alleen verhuren aan gezinnen met een beperkt aantal kinderen. Zij zien dit als discriminatie; de huurder heeft er recht op, zolang hij netjes de huur betaalt, om in zijn huis te ontvangen wie hij wil. Samira ziet het anders. Zij vertelt over de Syrische familie die bij hen beneden in het portiek woont. Er lopen steeds volslagen onbekenden in en uit, ze heeft geen idee meer wie er wel en niet woont. Ze voelt zich daardoor minder veilig thuis.

Water

Naast concurrentie op de banen- en huizenmarkt, legt de massale aanwezigheid van Syriërs druk op voorzieningen als scholen, openbaar vervoer, winkels, afval- en reinigingsdiensten. Het is om die reden dat overheidsscholen dubbele roosters zijn gaan draaien, waarbij op grote scholen ’s ochtends de Jordaanse kinderen naar school komen en ’s middags de Syrische kinderen.

Bovendien legt het druk op water- en elektriciteitsvoorzieningen. Jordanië is een zeer droog land en kampt met grote watertekorten. Het land bestaat voor 90% uit woestijn. De groei van de Jordaanse bevolking en het grote waterverbruik van Israël, maken dat de rivier de Jordaan inmiddels niet veel meer is dan een sloot en dat het waterniveau van de Dode Zee met ongeveer een meter per jaar daalt.

Er ontspint zich een discussie hierover tussen Rama, Shireen en Samira. Samira laat blijken dat zij zich ergert aan het gemak waarmee Syriërs in haar ogen met water omgaan. “Waarom kiepen jullie zo vaak emmers water over de vloer om schoon te maken?”, vraagt ze aan Rama en Shireen, “dat is niet goed in een land met zo weinig water.” Rama en Shireen vinden dat iedereen het recht heeft op zijn eigen opvattingen over wat schoon is. Zij zijn het zo gewend. Rama noemt als grappig voorbeeld dat als een Jordaniër limonade op het vloerkleed morst, hij een glaasje water over de vlek giet; een Syriër gaat meteen het hele kleed wassen.

De discussie roept herinneringen wakker aan mijn tijd in Syrië en de schoonmaakwoede van veel vrouwen die ik kende; zij hechtten grote waarde aan een schoon huis. Dat hing mede samen met religieuze opvattingen over reinheid: voor iedere vrijdag en voor iedere islamitische feestdag werd het huis, net als het eigen lichaam, aan een grondige schoonmaakbeurt onderworpen.

Vroegtijdig schoolverlaten

Zowel vanuit lokale als internationale hulporganisaties is er toenemende aandacht voor de risico’s die kinderen en jongeren lopen op vroegtijdig schoolverlaten en op het moeten werken of trouwen op jonge leeftijd. Samira, Rama en Nisreen zien dit als één van de grootste problemen. Volgens hen ligt er extra veel druk op jongens en mannen, omdat zij als kostwinner gezien worden. Door de financiële problemen van Syriërs in Jordanië, verlaten veel jongens vroeg de school om te gaan werken. Soms kiezen families daar voor omdat kinderen een minder groot risico lopen betrapt te worden op illegaal werken. Maar soms ook omdat de vader in de oorlog is omgekomen of gehandicapt geraakt; de zoons zijn dan vaak degenen die gaan werken. Oudere jongens verkiezen vaak werk boven een studie of een cursus, omdat zij geld nodig hebben om te kunnen trouwen.

De oorlog en de situatie in Jordanië brengt voor meisjes andere risico’s mee. Vooral in arme gezinnen trouwen meisjes soms op zeer jonge leeftijd. De zorg voor hen drukt dan niet meer op de schouders van de ouders, maar op die van de echtgenoot. Veel Syriërs uit de omgeving van Dar‘aa komen van het platteland en hebben relatief weinig opleiding. Vroege huwelijken kwamen bij hen ook in Syrië voor. Rama, Shireen en Samira zien hier een duidelijke rol voor hun organisatie: werken aan bewustwording van kinderrechten en mensenrechten. Samira ziet dat veel Syrische vrouwen in Jordanië ontdekken dat zij rechten hebben, en daardoor mondiger worden.

Generaties en toekomst

De consequenties van de oorlog en het leven in ballingschap kunnen sterk uiteenlopen voor mensen van verschillende leeftijden. Rama en Shireen zeggen over zichzelf dat zij geluk hebben gehad, omdat zij hun bacheloropleiding nog net af hebben kunnen ronden in Syrië. Shireen’s jongere zus was net met een studie begonnen en kan nu niet meer studeren. Voor haar broer van 16 is geen plaats op de middelbare school in Irbid; hij heeft dus zelfs zijn school niet af kunnen maken.

Rama is thuis de jongste. Ze heeft een zus en een broer in Syrië en een zus die nu met haar man in Duitsland woont. Ze zou niets liever willen dan ook naar Duitsland gaan: een nieuwe omgeving, een nieuwe taal, een nieuwe toekomst. Maar ze mag niet van haar ouders. Zij is het enige kind dat haar ouders hier hebben, en ze moet aan hen denken.

Zowel de ouders van Rama als Shireen willen niet naar Europa. Mijn vader wil niet in Europa sterven, zegt Shireen. Emigreren naar een compleet ander land is niets voor oude mensen, vinden beiden. Daarvoor moet je jong en flexibel zijn.

Over hun eigen toekomst durven ze nauwelijks na te denken. Shireen zou het liefst verder studeren, een masteropleiding. Ze heeft de leeftijd om te trouwen, maar trouwen zit er niet in. Syrische mannen hebben meestal geen geld en geen werk. Beide zijn het erover eens dat trouwen alleen een optie is wanneer het voldoende perspectief voor hun kinderen zou bieden. Hun eigen wensen of belangen zijn daaraan ondergeschikt. Trouwen met een Jordaniër zou betekenen dat ze hier blijven en niet meer naar Syrië gaan. Dat willen ze niet, hoewel er volgens hen veel Syrische vrouwen zijn die dit wel een aantrekkelijk perspectief vinden. Het geeft hun rechten en de mogelijkheid zich in Jordanië te settelen.

Samira voegt toe dat het ook voor Jordaanse mannen aantrekkelijk kan zijn, omdat trouwen met een Jordaans meisje meestal duurder is. Een man moet bij een huwelijk niet alleen in staat zijn om zijn vrouw te onderhouden en onderdak te bieden, maar haar ook een bruidsprijs betalen. En Jordaanse jonge mannen hebben ook moeite om voldoende werk en inkomsten te krijgen. Er is dus ook concurrentie op de huwelijksmarkt, besluit zij lachend.

________________________________________________

Naast de interviews zijn voor dit blog verschillende, deels Arabische bronnen, gebruikt. Geïnteresseerden kunnen ze bij mij opvragen.

Blog

Scroll Up