Woongemeenschap

In de vorige blog schreef ik over Amal, die studeert aan de universiteit in Amman. Zij zei over haar eigen situatie dat ze geluk heeft gehad, ook al is het niet gemakkelijk. Een bezoek aan een woongemeenschap van Syrische weduwen en hun kinderen toont dat het leven van Syriërs in Jordanië inderdaad nog veel complexer kan zijn. Islamitische liefdadigheidsorganisaties nemen hierin een rol, waarbij zij de weduwen en de kinderen steunen en tegelijk hun eigen boodschap uitdragen.

De families wonen in een buitenwijk van Amman, nog niet zo lang geleden een dorp, maar nu opgeslokt door de snel uitdijende stad. Het straatbeeld verraadt dat dit een arme buurt is. Roestige auto’s en dito auto-onderdelen voor vage werkplaatsen, sjofel geklede mannen op straat die ogenschijnlijk weinig omhanden hebben, groezelige huizen en gebouwen, zwerfkatjes op zoek naar etensresten tussen het huisvuil op straat, en overal rondwaaiend stof. Ik word afgezet bij een portiekwoning van vijf verdiepingen. In dit gebouw wonen bijna twintig Syrische oorlogsweduwen met hun kinderen. Abu Mohammed is de enige man in dit gebouw: hij ziet toe op de beveiliging van de vrouwen en kinderen en regelt afspraken – zoals met mij – en zorgt dat de dingen die in het huis moeten gebeuren, gedaan worden. Met zijn vrouw en drie kinderen woont hij op de begane grond, waar hij ook een kantoor heeft. Hij komt ook uit Syrië en doet zijn werk vrijwillig.

Ik ben uitgenodigd om bij een bijeenkomst te zijn met de directrice van de school van de kinderen, en een van de leraressen. Abu Mohammed ontvangt mij in zijn kantoor, en even later komen daar ook de directrice en de lerares aan. Gezamenlijk gaan wij naar een ontvangstkamer achterin het gebouw, waar de vrouw van Abu Mohammed ons opwacht met thee en de door mij meegebrachte koekjes. Er zitten zo’n tien vrouwen in de kring, en na de begroeting steekt de directrice meteen van wal. Ze heeft een puntenlijstje bij zich, dat ze af wil werken.

Seksuele opvoeding en hygiëne

Een belangrijke boodschap van haar aan de vrouwen is dat zij er op toe moeten zien dat hun kinderen zich goed wassen en schoon zijn. Ze gaat heel expliciet in op seksuele opvoeding en het geslachtsrijp worden van jongens en meisjes. Zij zegt dat de vrouwen nu de rol van moeder én van vader hebben. Zij moeten niet alleen met hun dochters maar ook met hun zoons een vertrouwensrelatie opbouwen en met hen bespreken hoe hun lichaam zich ontwikkelt. Het is geen schande om daar met je zoon over te praten, het is belangrijk dat hij het begrijpt; hij heeft tenslotte geen vader die hem dit kan vertellen.

Wat ook belangrijk is, is dat kinderen begrijpen dat zij zich moeten wassen. Iedere dag schoon ondergoed is normaal voor kinderen die de puberteit hebben bereikt. En kleren moeten regelmatig gewassen worden, zodat zij niet naar zweet stinken. Een goede hygiëne is belangrijk om te voorkomen dat kinderen ziektes of infecties oplopen. Dit hoort bij een goede opvoeding, net zoals het leren om op te ruimen en netjes om te gaan met je spullen. Het gebeurt te vaak dat schoolboeken vol etensresten zitten of dat er water overheen is gegaan.

De manier waarop de directrice de moeders toespreekt doet mij sterk denken aan de vele religieuze lessen voor vrouwen, die ik – achttien jaar geleden – in moskeeën in Damascus bijwoonde voor het onderzoek dat ik daar destijds deed. Vrouwen werden in die lessen dwingend aangesproken op hun verantwoordelijkheden als moeders, en op hun voorbeeldfunctie. Zij dienen hun kinderen de islamitische waarden en normen, de ahlaq, voor te leven en met geduld uit te leggen. De moraal omvat zowel geestelijke als lichamelijke aspecten. Zorg voor het lichaam is een basis voor geestelijke toewijding.

Rol van de moeder

Het vervolg van het verhaal versterkt mijn associaties met de religieuze lessen. Hoewel de directrice benoemt dat een goede opvoeding een gezamenlijke verantwoordelijkheid van school en ouders is, lijkt zij aan te geven dat het mogelijk mislukken daarvan toch vooral op het conto van de moeders komt. Zij benoemt divers gedrag van kinderen, dat niet door de beugel kan. Er zijn klachten over sommige kinderen; zij duwen, pesten, praten er steeds doorheen, luisteren niet, of blijven niet netjes in de rij staan bij het instappen in de bus.

Op dit punt aangekomen roeren enkele moeders zich, en zeggen dat zij het dan wel graag willen weten wanneer er klachten zijn over hun kind. Ook noemen zij voorbeelden van situaties waarin het hun kinderen niet gemakkelijk werd gemaakt, en zeggen zij dat niet alle leerkrachten even goed met de kinderen omgaan. Nu mengt de leerkracht zich in het gesprek en maakt duidelijk wat haar perspectief is op de gezamenlijke verantwoordelijkheid: ze kan niet met iedere moeder gaan bellen als haar kind zich misdraagt. Wat er in de klas gebeurt is het pakje aan van de leerkracht, en de moeders moeten thuis hun verantwoordelijkheid nemen.

De directrice wijst de moeders vervolgens op hun voorbeeldrol: als zij niet rustig zijn, hoe kunnen hun kinderen dan rustig zijn? Net zo werkt het in de klas: als een leerkracht niet sterk genoeg is, reageren de kinderen daarop. Zij sluit af met een verwijzing naar het belang dat de school hecht aan een goede islamitische opvoeding. In de school is een moskee aanwezig, en het wordt gestimuleerd dat de kinderen, zeker als ze groter zijn, daar bidden.

Weldoeners

Na afloop praat ik met vijf vrouwen na. Drie van hen komen uit Dar‘aa, vlak over de grens in het Zuiden van Syrië. Dar‘aa was één van de plaatsen waar in 2011 de opstanden tegen het Syrische regime begonnen. In het geweld dat hierop volgde, zijn veel bewoners van Dar‘aa gevlucht; veel Syriërs uit Dar‘aa zijn dan ook al vier à vijf jaar in Jordanië. De andere twee vrouwen komen uit Damascus. Net als Amal komen zij uit de wijk Jobar, en zijn al aan het begin van de burgeroorlog gevlucht. Hun mannen zijn omgekomen in het oorlogsgeweld.

De sfeer is gelaten. De moeders zijn in het algemeen niet zo enthousiast over de school, maar waarderen het dat de directrice en de lerares naar hen zijn toegekomen. Het is maar een klein schooltje en de meeste leerlingen zijn de kinderen die hier in dit huis wonen. Door naar hen toe te komen, worden de meeste ouders van de kinderen in één keer bereikt. De school waar de kinderen opzitten is een privé-school. De meeste privé-scholen in Amman zijn duur, maar deze niet omdat de school en de kinderen gesponsord worden door rijke moslims uit Jordanië en Saoedi-Arabië. Het bieden van financiële ondersteuning aan weduwen en wezen zien zij als religieuze verplichting, kafalat. Deze weldoeners betalen ook de kosten van de huisvesting van de moeders en de kinderen.

De vrouwen leggen uit dat dit ook hard nodig is. Als Syriërs hebben ze nauwelijks de mogelijkheid om te werken, en voor hen is werken sowieso geen optie. Zij moeten voor de kinderen zorgen en zij hebben geen werkervaring. Van Unicef krijgen zij per gezin een bedrag van 100 Jordaanse Dinar per maand. Dat is te weinig om van te leven en er zijn op dit moment geen andere organisaties die hen steunen. Ze moeten dus heel zuinig zijn en elkaar helpen.

Toekomstperspectief

Zonder uitzondering willen zij terug naar Syrië. Het leven in Jordanië is zwaar en niet leuk. Ze voelen zich ongewenst. Jordanië heeft te veel Syrische vluchtelingen op haar grondgebied en de Jordaniërs hebben daar last van. Ze denken dat het de schuld van de Syriërs is dat de werkgelegenheid laag is en de prijzen hoog. Zij ervaren discriminatie en vijandigheid. In deze buurt zijn zij de enige Syriërs. Zij blijven het liefst binnen, om maar zo min mogelijk met vijandigheid geconfronteerd te worden. Eén van de vrouwen vertelt dat haar neef, de zoon van haar zus in Irbid, daar kort geleden in elkaar geslagen en bespuugd is. Haar neef is 18 en was het toen zo zat dat hij besloten heeft om naar Syrië te gaan, terug naar de oorlog. Haar zus vindt het verschrikkelijk.

Eigenlijk zitten ze in een fuik; ze kunnen geen kant uit. Verder migreren zit er voor hen niet in, want zij hebben geen paspoort en geen geld. Terug naar Syrië zouden zij heel graag willen, maar dat kan niet zo lang de oorlog voortduurt. Er zit dus niet veel anders op dan in Jordanië te blijven, hoewel ze het hier niet fijn vinden en geen enkel toekomstperspectief zien voor hun kinderen.

Ze vertellen dat jongens wanneer ze 12 à 13 jaar oud zijn het huis moeten verlaten. Onder die voorwaarde mogen ze hier wonen. Wanneer jongens geslachtsrijp zijn en seksuele interesse in vrouwen krijgen, is het niet meer toegestaan dat ze met zoveel vrouwen in huis wonen, die geen bescherming van een man krijgen. Gezinnen met jongens in die leeftijd moeten dan een woning gaan huren; zij krijgen daarbij hulp vanuit de woongemeenschap en blijven vaak in de buurt wonen. Praktisch betekent dit dat jongens dan moeten gaan werken om de huur en het levensonderhoud te betalen en dat zij van school afgaan. In het algemeen is alleen werk in de schoonmaak en in een restaurant bereikbaar. Meisjes kunnen soms iets langer naar school blijven gaan, maar vaak trouwen zij vroeg, omdat de moeders hen niet goed kunnen onderhouden.

Is het dan echt niet mogelijk om langer op school te blijven, en misschien door te leren, vraag ik hen? Nee, de moeders zijn allen zeer stellig, zonder vader is het niet mogelijk om te studeren. De enige kans zou zijn wanneer het hen zou lukken te trouwen met een Jordaniër, maar dat is in dit huis nog geen van de moeders gelukt.

Geschreven door Ada

Antropoloog en Begeleidingskundige

Al 5 reacties, wat vind jij? Reageer hieronder!

  1. Ik ben door de heldere beschrijving van de situatie beter geïnformeerd over de moeilijke situatie waarin moeders, kinderen en de mensen die het onderwijs verzorgen moeten werken.

  2. wat een aangrijpend verhaal Ada! En een geweldige foto in de kop.

  3. Ada ben altijd trots op jou
    Goed bezig en duidelijk informatie over de mensen daar en niet alleen in Syrië of Nederland
    Dank

  4. Dank dat je ons op zo’n mooie en aangrijpende wijze meeneemt in jouw ervaringen daar. Ik lees je updates met veel plezier en kijk uit naar de volgende!
    Groeten uit een winderig en donker Utrecht, Jolanda (HU)

  5. Lieve Ada,
    Net heb ik ook de rest van je website eens uitgebreider bekeken. Ben onder de indruk! En natuurlijk las ik je indringende verhaal over die Syrische vrouwen met hun kinderen. Hoe uitzichtloos lijkt hun leven in Jordanië. Schrijnend ook dat jongens van 12-13, kinderen nog, met school moeten stoppen en moeten gaan werken. Iedereen die jou daar in Jordanië treft vindt wel een bijzonder goed luisterend oor in jou, dat is misschien nog enige troost in hun verder wel troosteloze situatie.
    Tot de volgende keer, lieve groetjes, Barbara

Comments are closed.